Klein, kwetsbaar ogend en tegelijk fel gekleurd: dat is in een notendop de Axelrodia riesei, in de hobby bekend als de ruby tetra. Waar veel tetra's hun naam ontlenen aan een opvallende streep of vlek, dankt deze soort zijn bijnaam simpelweg aan de kleur van het hele lichaam, dat bij goed geconditioneerde exemplaren een diepe, robijnrode gloed vertoont. Die roodheid is overigens geen vaststaand gegeven: de intensiteit verschilt van vis tot vis, en het is bekend dat de kleur bij langdurig verblijf in het aquarium wat kan verbleken ten opzichte van pas geïmporteerde exemplaren.
Genoemd is de soort naar twee namen die in de tetrawereld vaker terugkomen: het geslacht Axelrodia eert Dr. Herbert R. Axelrod, terwijl de soortnaam riesei verwijst naar William Riese, die de vis destijds samen met Axelrod verzamelde. Die vondst vond plaats in een uiterst beperkt gebied: de bovenloop van de Río Meta, ten oosten van Villavicencio in Colombia, een zijrivier van het grotere Orinoco-systeem. Vermoedelijk leeft de soort daar in kleinere, beboste zijstroompjes met zwartwaterkarakter, al is over het exacte leefgebied nog niet alles bekend. Mede door dit beperkte verspreidingsgebied blijft de ruby tetra een stuk minder vaak verkrijgbaar dan zijn iets bekendere neefje, Axelrodia stigmatias.
Wat direct opvalt bij deze soort: de ruby tetra is weliswaar klein, maar allesbehalve een eenvoudige, foutvergevende beginnersvis. De combinatie van piepklein formaat en specifieke eisen aan waterkwaliteit maakt hem ongeschikt als standaard gezelschapsvis tussen willekeurige andere soorten.
De temperatuur mag variëren tussen 20 en 28°C, met een pH die duidelijk aan de zure kant moet liggen: 4,0 tot 6,5. Ook de hardheid moet laag blijven, ergens tussen 18 en 90 ppm. Dit zijn geen waarden waarmee je zomaar kunt schuiven; stabiliteit is hier belangrijker dan het exacte cijfer.
Nog belangrijker dan de exacte waarden is de rijpheid van het aquarium zelf. Deze vis verdraagt schommelende organische afvalstoffen bijzonder slecht en hoort dan ook nooit thuis in een pas opgestart, biologisch onvolgroeid aquarium.
Qua gezelschap is de ruby tetra een groepsdier, maar geen echte schoolvis in de klassieke zin - het is eerder een soort die in losse groepsverbanden leeft, waarbij rivaliserende mannetjes kleine territoria vormen en elkaar regelmatig uitdagen. Een aankoop van minimaal 8 tot 10 exemplaren wordt aangeraden; in kleinere aantallen gedraagt de vis zich merkbaar schuwer en minder interessant. Door zijn kleine formaat en specifieke wensen combineert hij het beste met eveneens kleine, rustige dwerggarnalen of kleine harnasmeervalletjes - grotere of drukkere medebewoners verdringen hem al snel bij het voeren.
Voeding bestaat in de natuur waarschijnlijk uit kleine ongewervelde diertjes en zoöplankton. In het aquarium accepteert de vis kleine droogvoerkorrels, maar dagelijkse aanvulling met levend of diepvries voer zoals artemianauplii, Daphnia, Moina of grindalwormen maakt een groot verschil voor conditie en kleur.
Voor de inrichting geldt: een zandbodem met wat wortelhout en takken vormt een goede basis, aangevuld met dood blad op de bodem. Dat blad doet meer dan alleen decoratief werk - de afbraakprocessen leveren micro-organismen die als voedselbron dienen, en de vrijkomende stoffen worden als gunstig beschouwd voor vissen uit zwartwatermilieus. Voeg daar dempend licht aan toe, met schaduwminnende planten zoals Microsorum, javamos of Cryptocoryne, eventueel aangevuld met drijfplanten zoals Ceratopteris.
Dit is met afstand een van de kleinste tetra's die in de handel te vinden zijn: een volwassen exemplaar bereikt een standaardlengte van slechts 15 tot 20 millimeter. Mannetjes blijven daarbij nog iets kleiner dan vrouwtjes, maar maken dit ruimschoots goed met intensere kleur. Vrouwtjes zijn te herkennen aan hun rondere lichaamsbouw, vooral wanneer ze eitjes dragen.
Er is al met succes gekweekt met deze soort, en in een goed gerijpt, natuurlijk ingericht aquarium is het zelfs mogelijk dat er spontaan wat nakomelingen verschijnen zonder actief ingrijpen.
Voor gerichte kweek gelden twee hoofdvereisten: zacht, licht zuur water met een verwaarloosbare carbonaathardheid en een zeer lage totale hardheid, en de aanwezigheid van fijnbladige planten zoals Taxiphyllum, waartussen de vis zijn eitjes afzet. Om dat zachte water te bereiken is vaak een omgekeerde-osmose-installatie of een vergelijkbare methode nodig; extra aanzuren kan eventueel met fosforzuur of iets vergelijkbaars. Gebruik van natuurlijk veen is daarvoor niet nodig en bovendien weinig duurzaam.
Bij goede conditie paaien de dieren dagelijks. Wie dit gecontroleerd wil aanpakken, kan een koppel of één mannetje met enkele vrouwtjes in een kleiner aquarium plaatsen, ze na een paar dagen weer verwijderen, en de eitjes en larven in het kweekbakje zelf laten uitkomen en opgroeien.
Ondanks het miniformaat van deze vis wordt voor langdurige, goede huisvesting toch een aquarium met een minimale bodemoppervlakte van 60 x 30 cm (of gelijkwaardig) aangeraden. Voor gerichte kweekdoeleinden kan een kleiner aquarium volstaan.
Zorg voor een filter met een doorstroomcapaciteit van 4 tot 5 keer het aquariumvolume per uur. De inrichting mag gerust een natuurlijk, ietwat donker karakter hebben: zand, wortelhout, bladstrooisel en schaduwminnende beplanting sluiten het beste aan bij de leefwijze van deze vis. Introduceer de ruby tetra nooit in een vers, nog niet ingelopen aquarium - dit is bij deze soort geen vrijblijvend advies, maar een harde voorwaarde voor succes.